Bomen over bomen

We hebben sinds 3 jaar een hond, Noa. Voor sommige familieleden is dat nog best een spannende uitdaging. Mijn nichtje van vijf is op bezoek en tot ieders verbazing vraagt ze vlak voor vertrek naar huis of Noa nog uitgelaten moet worden. “Wil je Noa graag uitlaten dan?” “Ja,” antwoordt ze direct. Graag zónder haar moeder, alleen met mij samen. Heel dapper.

Samen lopen we het bos in. Of er ook andere dieren zijn hier? “Alleen kleine dieren,” zeg ik. “Mieren, slakken, vlinders, vogels, eekhoorntjes,” som ik op. “Ook hazelwormen, die lijken wel een beetje op kleine slangen. Maar ze doen niks hoor, het zijn gewoon grote wormen,” stel ik haar gerust. We stappen, nog dapperder, door het hekje onze bostuin uit en het bos achter onze tuin in. Of híer ook andere dieren zijn? “Ja, hier zie ik wel eens reeën,” zeg ik enthousiast. “En andere honden dan?” vraagt ze gespannen. “Ja, die ook. Maar als we er eentje tegenkomen dan kan ik je wel even optillen.” Gerustgesteld lopen we weer verder het bos in. “Jullie hebben heel veel bomen,” zegt ze om zich heen kijkend. “Ja, we wonen echt in het bos,” zeg ik. En we vervolgen ons gesprek over wanneer iets nou eigenlijk een bos is. “Eén boom?” “Nee,” vindt ze. “Vijf bomen?” “Nee.” “Tien bomen?” “Nee.” “Honderd bomen?” “Ja!” “En vijftig bomen?” Het is even stil. Een klein bos misschien, concluderen we samen.

Na een kwartiertje zijn we weer thuis. Wij zien door de bomen het bos inmiddels weer.

Bomen over bomen

Plaats een reactie