Meike had vanacht oorpijn. Heel veel oorpijn. Ondanks flink wat paracetamol rolde ze de hele nacht alle kanten op, al huilend. ‘Ik wil geen oren meer!’ Een zielig ziek hummeltje. Vanmorgen zijn we dus maar naar de kliniek gegaan. Een soort uitgebreide huisartsenpraktijk. Ik vond Meike heel stoer. ‘Nee, ik ben een méisje! Ik bèn geen jongen!’ Dat is ook zo. Jóngens zijn stoer.
Met antibiotica voor de oorontsteking kwamen we weer thuis. En nog een heleboel andere middeltjes. Vanmiddag begon de antibiotica te werken. Meike komt weer wat tot leven.
Janne was de hele dag al zeer levend. Die ging vanmorgen nog lekker even zwemmen met Jorte en Ruud. Vanmiddag bleek de bank op drie zitplekken nat. Bekers water waren uit de watertap gehaald en leeggekieperd op de bank. Ach, het is maar water. Het droogt wel weer. Ze kleed zichzelf steeds uit. Loopt lekker rond in alleen haar luier. ‘Buik! Mama, buik!’ Ach, we zitten in de tropen. Ze jat het geld uit mijn tas. Ach, het is goed om zo jong al te leren met geld om te gaan. Ze staat op het punt een schaar in haar net weer uitgetrokken jumpsuit te zetten. ‘Klippûh, klippûh!’ Ach, ze is ook nog te jong om het te begrijpen. Een broek en shirt. Aan elkaar.
Ik hoop op twéé van zulke meisjes morgen. Maar nu eerst een nachtje slaap.

Volgens mij leest Theo de Janneblogjes! Ik vond vandaag mijn pinpas in de wcpot…
LikeGeliked door 1 persoon