Tijdens mijn vroege ochtendwandeling hadden Meike en Janne de woonkamer omgebouwd tot tropisch eiland. Een blauw dekentje voor de zee. Een geel dekentje voor het strand. Vier stoelen tegen elkaar voor een boomhut. Twee stoelen met elk een kokosnoot erop voor de kokospalmen. Een slangengrot onder de eettafel. En een zeemeerminnengrot met zout water in de tv-hoek.
Gezellig naast elkaar op het strand beginnen ze allebei aan hun dictee. ‘Meike, is dit hagel of is dit sneeuw?’ hoor ik Janne ineens vragen. ‘Het is sneeuw. Het sneeuwt!’ antwoordt haar zus.
Even later moet Meike tijdens een online taalles met klasgenootjes haar ideale weer beschrijven. Ze laat zich niet afleiden door de sneeuw. ‘Zonnig, 26 graden met een lekker zacht briesje,’ zegt ze dromerig. Nog even geduld. Tot die tijd zitten wij waarschijnlijk nog wel op ons eigen (tropische) eilandje.
