Als je tekent of schildert heb je een drager nodig. Iets dat je potlood, inkt of verf ‘draagt’. En hoewel ik me daarin niet beperkt voel tot een specifiek soort drager, ben ik net als veel kunstenaars gek op mooi papier. En wat is er dan nog leuker dan zelf dat papier te maken? Sámen papier maken! Deze week gingen we als kunstcollectief EGA de kunst van het papierscheppen samen uitproberen.
Er werden wat papierschepramen opgescharreld. Ik had nog een blender staan die alleen voor papier wordt gebruikt (van 15 jaar geleden toen ik graag papierpulpschalen maakte). Papiersnippers uit de papierbak werden in de week gezet. Een groot stuk katoen werd in stukken geknipt in kleinere lappen, om het papier vanuit het schepraam op te storten. Een droogrekje werd in het atelier klaargezet om de katoenen lappen met nat papier aan te laten drogen. Wij bouwden ’t Boshuis om tot tijdelijke papierschepperij.
Er werd de hele ochtend papier geschept en aan het eind van de ochtend hingen er 15 katoenen lappen met papier aan het wasrekje. Wasrekje vol, katoenen lappen op. En een niet te stoppen stroom aan nieuwe ideeën. Een ochtend is dan veel te kort. De E en de G van EGA gaven aan over een goede zelfbeheersing te beschikken. Ze waren prima in staat om twee weken te wachten voor ze het resultaat konden bekijken. Ik was opgelucht dat het rekje bij mij te drogen stond. Ik kon namelijk nog geen dag wachten. Ik checkte elk half uur even hoe de papieren erbij hingen. Halverwege de middag kon ik mezelf niet meer beheersen en pulkte ik al een klein hoekje opgedroogd papier los van de katoenen lap. Dat ging heel soepel. Nog steeds stuiterend had ik ’s avonds inmiddels al mijn papiertjes geoogst. Mijn katoenen lappen hangen nu leeg aan het wasrekje. Twee weken lang.
Gelukkig liggen de schepramen ook hier in ’t Boshuis. Ik zorg wel dat mijn katoenen lappen over twee weken weer vol hangen met een lading vers papier. De zoveelste. Maar dat hoeft niemand te weten natuurlijk.
