Er kwamen twee nieuwe jongens naar de atelierles deze week. Beide gefascineerd door het kleuren mengen. Een soort toveren met verf. Ze waren ook onder de indruk van de hoeveelheid kwasten. Alles werd even goed bekeken. ‘En waar eten jullie dan? Ook aan deze tafel?’ vraagt er één voorzichtig. De tafel staat vol met kwasten, verpotten, waterpotten, papieren, schetsboeken, potloden, paletbordjes, enz. ‘Ja,’ leg ik uit, ‘ik ruim hier straks alles weer op. Alle spullen gaan in die bakken en die zet ik weer in m’n atelier hiernaast.’ Ik laat zien waar ik zelf altijd aan het werk ben.
‘En deze stoelen?’ vraagt hij dan verder. ‘Wissel je die dan ook?’ Ik bekijk onze eetkamerstoelen eens goed. Na ruim 15 jaar hebben ze hun beste tijd inderdaad wel gehad. Het nepleer is op veel plekken inmiddels afgesleten tot een dun laagje gebleekte katoen. Af en toe valt er een schroef uit de zitting. Die moet er dan weer even ingedraaid worden. ‘Nee hoor,’ geef ik dan maar eerlijk toe. ‘Hier eten we ook gewoon op. Hoeven we niet zo voorzichtig te zijn.’
Echte vintage in ’t Boshuis. Net als de witte eettafel. Maar dat ziet niemand, want daar ligt tijdens de les altijd netjes een tafelzeiltje over.
