Ik ga in ons bos op zoek naar eikels voor eikeltjesinkt. Hoewel er heel wat eikels door de eekhoorns zijn opgegeten, en er ook heel wat verrot zijn, zijn er nog genoeg te vinden. Ik vind zelfs een mooie ontspruitte eikel. De schil opengebarsten, een prachtige fel rood-roze kleur die daaronder verschijnt, en een lange witte wortel eraan.
Eenmaal binnen mis ik die hele mooie rood-roze eikel in mijn voorraad. Blijkbaar ben ik hem verloren. Vastberaden om hem weer te vinden, loop ik dezelfde weg terug. Niets. En weer naar huis. En daar zie ik ‘m. Niet te missen, die prachtige kleur. Dolblij kom ik weer thuis. Ik heb mijn favoriete eikel terug. Ik geloof dat de rest mijn enthousiasme niet helemaal deelt. Eikels.
Ik houd ervan.
