‘Mam, kun je nog even checken of ik luizen heb,’ vraagt Janne. ‘Ja,’ zeg ik. ‘Waarschijnlijk heb je gewoon een beetje een droge hoofdhuid, dat kriebelt ook een beetje,’ stel ik haar vast gerust. ‘Ja, maar luizen kunnen een gat maken in je hoofd! En dan leggen ze daar eitjes en dan blijven ze daar voor altijd!’ zegt ze bezorgd. ‘Nee joh!’ zeg ik. ‘Jawel, dan hebben ze het niet warm genoeg en mijn hersens zijn denk ik wel lekker warm!’ beredeneert ze. ‘Lekker warm? Wat oververhit’, denk ik stilletjes.
Geen luizen. Gelukkig. We kunnen weer afkoelen.
