Bij Meike en Janne op school werken ze met Kanjertraining. Onderdeel daarvan is het petten-systeem. Je kunt verschillende petten op hebben in de klas. Geel, blauw, rood en wit. Elke kleur staat voor een bepaald gedrag, gekoppeld aan een dier. De petten zijn een hulpmiddel om over gedrag te kunnen praten.
Tijdens de portfoliogesprekken wordt besproken welke petten ze laten zien in de klas. Meike vindt dat lastig van zichzelf aan te geven. En dat is ook lastig, want het is een model. En een model klopt nooit helemaal. Zelfs de mogelijkheid van het combineren van verschillende petten biedt vandaag geen uitkomst. Ze wil geen antwoord geven.
Nog tijdens het gesprek bedenkt ze een oplossing. Ze zou willen dat er een róze pet was. Met de eenhoorn als dier. ‘Dát is mijn pet! Dromerig, veel fantasie en creatief!’ zegt ze stralend. Als je jezelf niet in het model krijgt, dan pas je het model gewoon aan. Een topmodel, met die roze eenhoornpet.
