Wedstrijdje

Meike en Janne doen niet aan uitslapen. In de zomervakantie stonden ze gewoon om 7 uur op. Eerder mocht niet van ons. En dan, ineens, als de vakantie voorbij is en ze om 7 uur móeten opstaan, is dat te vroeg.

Ik snap het wel. Nu moeten ze ook direct ontbijten, aankleden, tandenpoetsen, haren kammen, konijnen voeren. In een mensonvriendelijk tempo. 

Meike wil na het ontbijt ook nog graag een armbandje maken voor haar juf. ‘Heb ik daar nog tijd voor denk je?’ vraagt ze. ‘Nee,’ antwoord ik resoluut. ‘Nou,’ zeg ik na een snelle blik op de klok, ‘als je je klaarmaakt én de konijnen doet in vijf minuten, heb je nog even tijd.’

Dat motiveert. Ze gaat als een speer. Een wedstrijd tegen de tijd. Ik help nog even met haren kammen. ‘Aaaah!’ roept ze geïrriteerd als het te lang duurt. ‘Nou, als dit zoveel spanning geeft, doen we dit niet weer,’ zeg ik ook geïrriteerd. Het gaat mij ook wat snel zo op de vroege ochtend. ‘Nee! Het is geen spanning of haast! Het is een wedstrijdje tegen mezelf!’ verklaart ze.

Die ken ik ook wel. Die wedstrijdjes tegen jezelf.

Wedstrijdje

Plaats een reactie