Janne bekijkt op de kalender hoelang het nog duurt tot haar verjaardag (half oktober). ‘Het is al bijna!’ constateert ze enthousiast. ‘Je moet me dan een heel leuk kado geven Meike, dat jij ook heel leuk vindt,’ instrueert ze haar zus. ‘Misschien kunnen we er dan wel samen mee spelen,’ oppert ze. ‘En misschien kunnen we er ook wel niet samen mee spelen,’ houdt ze toch nog een slag om de arm. ‘Dan moet je me er gewoon twee geven, dan kunnen we wel samen spelen.’
