‘Mama, een dromenvanger, dat is toch van de indianen?’ vraagt Meike. ‘Euh, dat zou best kunnen,’ zeg ik, denkend aan veren. ‘Maar dat werkt toch niet echt? Dat kan toch niet? Daar zit toch geen logica in?’ vraagt Meike. ‘Tja, in sommige dingen zit ook niet echt logica,’ probeer ik een beetje ruimte te maken. ‘Liefde bijvoorbeeld,’ opper ik. ‘Liefde? Dat zijn deeltjes. Die doen iets met gevoelens en emoties in je brein. Dus dat is je brein. Dat is logica,’ zegt Meike. ‘Liefde is logica hoor mama,’ word ik even de les gelezen.
Het is even stil.
‘Weet je wat moeilijk is?’ zegt ze dan. ‘Om het dromerige meisje te zijn. Die vaak zit de dromen en in eenhoorns gelooft enzo. Èn om een logica meisje te zijn…’
