‘Mama, ik heb het even uitgerekend,’ zegt Meike nog slaapdronken wanneer ik haar vanmorgen tegenkom op de trap om half zeven. ‘Een week heeft zeven dagen. Keer zes weken. Zeven keer zes is tweeënveertig. Dus de zomervakantie duurt tweeënveertig dagen!’
Tweeënveertig dagen zonder keersommen.
