We kwamen wat moeizaam op school vanmorgen. Meike was haar nieuwste uitvinding aan het uitdenken. Een suikerstruik. Een struik waar snoep aan groeit. Dat kostte al haar aandacht. Twee keer moest ik haar van de straat plukken, omdat ze omviel met de step.
Wanneer ik haar uit school haal heeft ze een tip van een juf gehad. Iets met een spekje dat misschien wel groeit als je het water geeft. Ze is nog steeds enthousiast. ‘Eerst probeer ik het. Dan lukt het. Dan laat ik het in de klas zien. Dan kopen een paar kinderen er één. En daarna koopt heel ’t Harde een suikerstruik! Mama, ik kan beroemd worden! Het eerste kind dat een suikerstruik heeft uitgevonden!’ roept ze vol vertrouwen uit.
We zijn nu bij ‘ik probeer het’. Er staan twee bakjes op het aanrecht. Met hele natte aarde en een marshmallow eringedrukt. Hierna lukt het. Laat ze het zien in de klas. Verkoopt ze er heel veel. En wordt ze beroemd. Easypeasy. Het begint allemaal met dromen.
