Alleen maar gekibbel deze ochtend. Ook ik ga meedoen, geïrriteerd door dat geruzie op de vroege ochtend.
Wanneer Meike haar vinger openhaalt aan het konijnenhok, plak ik zorgzaam een pleister. ‘Mam, ik hou van je,’ zucht ze. ‘Ik hou ook van jou,’ zucht ik verzoenend. ‘Mam? Ik vind het zielig voor de konijnen,’ gaat ze verder, in gedachten verzonken. ‘Zíj zijn van hun moeder verlost.’
Een freudiaanse verspreking denk ik.
