De tweede schilderdag bij mijn vader. Ik geniet van het alleen zijn. En het af en toe even met mijn vader kunnen sparren.
Ik heb niet de behoefte iets toe te voegen aan de wereld,’ geeft hij aan. ‘Dat begrijp ik wel. Maar hoe zie ik dat dan met het maken van kunst? Misschien is dat meer als poepen. Die drang van binnenuit. Dat gebeurt gewoon,’ denk ik hardop. ‘Onderdeel van leven,’ beaamt mijn vader. ‘Het gaat niet om de drol. Al kun je die wel analyseren. En soms beïnvloeden hoe die eruit ziet,’ ga ik verder. ‘En als mest gebruiken,’ oppert mijn vader. ‘Maar het is geen extra toevoeging. Het blijft onderdeel van de kringloop,’ filosofeert hij wijs.
Blijft er voor mij nog wel de vraag: waar laat ik mijn drollen? En hoe zit dat met mensen die elkaars drollen bekijken in drollenhuizen? Of zelfs elkaars drollen kopen? Hoe bepaal je de prijs dan van een drol? En wanneer spoel je je drol door de wc?
Ik heb in ieder geval 2 dagen flink geperst. Opgelucht en voldaan kan ik weer naar huis.
