Meike en Janne zijn de hele tijd aan elkaar aan het trekken, giechelen, stoeien, lachen, ruziemaken. Ondertussen zeurend om snoep en tv. ‘Pak maar een appel uit de koelkast,’ zeg ik. Ze laten de koelkastdeur openstaan en blijven elkaar ondertussen flink irriteren en opstoken. ‘Hé, de koelkastdeur staat nog open!’ roep ik geïrriteerd. ‘Oh, sorry!’ roept Meike terug. ‘Ja, dat komt omdat jullie de dingen niet met aandacht doen!’ zegt Jacob, inmiddels ook geïrriteerd.
Daar is Meike het niet mee eens. ‘Ja, ik heb de aandacht op Janne! Omdat Janne zo aandachttrekkelijk is!’ verklaart ze met een grote giechellach.
Goed punt. Waar wil ik mijn aandacht op richten? En wat vind jij aandachttrekkelijk?
