Ik hoor Meike en Janne samen spelen. Er wordt veel gegild en gelachen. Ik vraag me af wat ze aan het doen zijn, maar houd me schuil in mijn atelier. ‘Jaaah!’ roept Meike lachend. ‘Ik ben het paard en jij bent de pineut!’ Het is heel even stil. ‘Wat is de pineut?’ vraagt Janne dan. ‘Oh, de pechvogel,’ zegt Meike nonchalant. ‘Ok,’ aanvaardt Janne haar rol optimistisch. Ze laat zich weer gillend en lachend voortslepen door haar zus. Aan een paardenriem over stapels kussens. Het paard en de pineut.
