Meike en Janne zijn klaar om naar bed te gaan. Terwijl Jacob en ik aan tafel zitten te praten, spelen zij nog even paardje. Ze maken zoveel lawaai, dat we elkaar niet meer kunnen verstaan. ‘Ga hier even weg,’ zegt Jacob een beetje geïrriteerd. ‘Hoe ver weg dan?’ vraagt Meike. ‘Zo ver mogelijk,’ antwoordt Jacob. ‘Kom Janne,’ zegt Meike, ‘we moeten zo ver mogelijk weg van papa. We gaan!’ ‘Ja, naar een ander land!’ zegt Janne ook enthousiast.
Samen lopen ze de deur uit. In hun pyjama, met gepoetste tanden en op slippers. Zo ver mogelijk. Die uitdaging nemen ze direct aan. Aan hun outfit te zien zijn ze op weg naar een warm land.
Na een kwartier heeft Jacob ze toch maar ergens van de straat geplukt. Een warm land, dat halen ze nooit voor de avondklok in gaat.
