Mijn zus is fotograaf en komt foto’s van mij maken. Ik zit ’s ochtends aan het ontbijt daarom nog even mijn wenkbrauwen bij te werken in een klein zakspiegeltje. Ik houd niet zo van op de foto gaan. Het voelt naakt. Alsof iemand dwars door je heen kijkt.
‘Heb je ooit weleens tegen je spiegelbeeld gepraat?’ vraagt Meike. ‘Jawel,’ zeg ik. ‘Dan zeg je: “Je ziet er goed uit!”‘ stelt Meike voor. ‘En dan zegt je spiegel: “Ja, jij ook!”, want je ziet er hetzelfde uit. Hoe heet jou spiegelbeeld?’ vraagt ze. ‘Euh, dat weet ik niet,’ zeg ik. ‘Mijne heet Ara. Hoi Ara!’ zegt ze met een grote glimlach tegen haar spiegelbeeld in het raam. Ik glimlach ook even in mijn spiegeltje. Ik krijg direct een glimlach terug.
’s Avonds appt mijn zus dat mijn nichtje ons erg op elkaar vindt lijken. We keken vandaag even in elkaars spiegelbeeld. Dat voelde naakt. Alsof iemand dwars door je heen kijkt. Zij glimlachte even en kreeg direct een glimlach terug.
