‘Mama wat deed jíj vroeger altijd op de trampo?’ vraagt Meike. ‘Wij hadden geen trampoline,’ antwoord ik. ‘Huh? Bestonden die toen nog niet?’ vraagt ze verbaasd. ‘Nou, misschien bestonden ze wel, maar ik kende geen mensen die er zelf een hadden,’ zeg ik. Ze kan het bijna niet geloven. Een wereld zonder trampoline. ‘Dus jij weet helemaal niet hoe dit voelt? Dat je zo kunt vliegen?’ zegt ze met medelijden. Ze doet voor de zekerheid nog even voor hoe je, wanneer je hoog springt, een horizontale vrije val kunt maken. Ik durf niet.
Misschien dat de gerenatie na haar wel een ruimteschip in de tuin heeft staan. Voor de vakanties op Mars. ‘Dus jij weet helemaal niet hoe dit voelt? Dat je zo door de dampkring gaat?’ Misschien dat zij dan wel niet durft.
