Ik heb tegenwoordig een bordje aan de deur van mijn atelier hangen. Dat draai ik soms even op rood/niet storen. Ik heb iedereen in huis uitgelegd dat ik dan even niet gestoord wil worden. Behalve in levensbedreigende situaties.
Ook vanmorgen draai ik het bordje even op niet storen. Meike en Janne willen barbiekleren gaan maken, dus ik zet de mand met restjes stof die normaal gesproken in mijn atelier staat alvast voor de deur en ga lekker aan het werk. ‘Meike, kijk!’ hoor ik Janne even later enthousiast roepen vanachter de deur. ‘Mág dat van mama?! vraagt Meike argwanend. ‘Kijk maar naar het bordje,’ zegt Janne, ‘je mag haar niet storen. En hij zat niet bij een setje, dus het mag best.’
Eerlijk is eerlijk. Het klinkt alsof er iets sneuvelt. Maar het klinkt niet als een levensbedreigende situatie. Ik mag ze niet storen.
