Janne en ik verruilden de zandgrond in ’t Harde even voor de Drentse klei. Waar je laarzen vast blijven zitten in de modder. En waar oma een waardige tegenstander blijkt te zijn bij spelletjes in alle soorten en maten.
‘Janne, wat wil jij drinken?’ vraagt oma wanneer we even samen koffiedrinken. ‘Hebben jullie ook druivensap?’ vraagt Janne. ‘Ja,’ zegt oma. ‘Yes, dat wil ik!’ zegt Janne enthousiast. ‘Ik ben blij dat ik geen dier ben,’ vertrouwt ze me dan fluisterend toe. ‘Of iemand anders. Anders kon ik het ook níet lekker vinden.’
Heel voldaan en zeer tevreden zijn wij weer naar huis gereden.
