We eten stamppot boerenkool vanavond. Eén van Meike’s favoriete gerechten. Ik blijk alleen te weinig boerenkool in huis te hebben. Er ligt nog wel spinazie in de diepvries. Ik zou natuurlijk de boerenkool kunnen aanvullen met spinazie. Allebei blad. Allebei groen. Alleen spinazie, dat vinden Meike en Janne heel. erg. vies.
Ik besluit er toch voor te gaan: 50% spinazie + 50% boerenkool. Stiekem. Ik ga mijn dochters bedriegen. Een klein leugentje. Of eigenlijk laat ik gewoon na te vertellen dat er ook spinazie door zit.
In de pan zie ik direct dat het ene groen het andere niet is. Ik snuif even. Spinazie ruikt ook echt anders. Met spekjes en worst hoop ik mijn fraude te kunnen verbloemen.
En dat lukt! Ik doe mijn uiterste best om mijn enthousiasme voor me te houden tijdens het eten. ‘Er zat spinazie door! En dat lusten jullie helemaal niet!’ roep ik als ze hun bord leeg hebben. Eerlijkheid duurt tenslotte het langst.
Maar nu ik één stapje heb gezet, voel ik toch die lichte drang om de grens op te zoeken. Hoe ver kan ik gaan? Kan 60% spinazie ook nog doorgaan voor stamppot boerenkool? Of 80%? De glijdende schaal van moeder tot fraudeur.
