Alles wordt beter als je iets hebt om naar uit te kijken. Meike en Janne kijken uit naar een voetbaltoernooi morgen bij de plaatselijke voetbalclub in het dorp. Ze zijn erg enthousiast. Vooral over het idee. Ze voetballen eigenlijk nooit. Maar ze hebben er veel vertrouwen in. Ze hebben het zelfs over de finale. ‘Nou, daar komen alleen de allerbesten in,’ tempert Jacob de verwachtingen een beetje. ‘Sommige kinderen voetballen heel veel, jullie oefenen eigenlijk nooit,’ legt hij uit. ‘Ja,’ zegt Meike verontwaardigd. ‘Dat is mijn geheime wapen! Heb je ooit gezien hoe hard ik de bal kan slaan?!’ Ze ziet ons verbaasd kijken. ‘Euh… met mn voet dan.’
Na het eten oefenen ze in de hal nog even. ‘Je moet het snel doen! Geconcentreerd! En in balans!’ hoor ik Meike Janne coachen. ‘Gaan jullie je kamer nog even opruimen?’ zeg ik. ‘Mama,’ zegt Janne boos, ‘wij moeten voetbal oefenen. Dat is belangrijker dan opruimen!’ Wanneer ik volhoud gooit ze het over een andere boeg. ‘Ik hóu van die rommel! Dat is mijn stíjl!’
Aan hun voetbalstíjl zal het morgen zeker niet liggen. We houden het vooruitzicht op de finale nog even vast. Niets is zo erg als uitzichtloosheid.
