Niet alleen het kabinet is gevallen. Ook de sneeuw. Eindelijk. We moesten zo lang wachten. ‘Ik denk dat er morgen wel wat sneeuw ligt,’ zegt Meike aan het eind van de middag met een zucht. ‘Nou, ik denk dat het morgen misschien wel weer gesmolten is,’ probeer ik de verwachtingen heel politiek een beetje te managen.
En toen ging het dus ook hier eindelijk toch sneeuwen. Wij grepen onze kans met volle handschoenen aan. Sneeuwballen gooien. In het donker. Een sneeuwpop maken. In het donker. Van de bosbulten in de tuin sleeën. In het donker.
En morgenvroeg, als het nog donker is, dan hopen we dat er nog steeds een beetje sneeuw ligt. Het liefst een hoop. Hoop is altijd goed.
