Veel gesprekken gaan bij ons over honden. Meike en Janne veranderen ook regelmatig van gedaante, dus het zijn zelfs wel eens gesprekken tússen honden. Omdat er ook diep wordt nagedacht hier in huis, rijst dan natuurlijk een keer die belangrijke vraag.
‘Hoe zijn honden ontstaan?’ vraagt Meike. ‘Is er gewoon eentje gekomen? Póef?’ vraagt ze, terwijl haar schouders een stukje de lucht in schieten. ‘Hoe kunnen ze gefokt zijn?’ denkt ze hardop verder. ‘Fokken doe je toch met twee?’
‘Hoe denk je?’ stelt Jacob didactisch een wedervraag.
‘Nou, gewoon, póef… een hond op aarde. En dan póef… nog een hond op aarde?’ oppert ze.
‘En waar komt die póef dan vandaan?’ vraag ik nieuwsgierig. Ik zie een toverstafje voor me. Een klein knalletje bij elke póef. Een hondje dat uit de lucht valt met een plofje.
‘Màm, je weet best wat ik bedoel!’ zegt ze geïrriteerd en ze loopt weg. Mij in grote vertwijfeling achterlatend over de existentie van die póef.
