Waar ik op schooldagen Meike en Janne’s ontbijt klaar maak, mogen ze dat nu zelf doen. Ik probeer dan wel alles te negeren wat er daar aan tafel gebeurt (messen aflikken, appelstroop overal náást de boterham, potten die halfdicht weer in het mandje voor broodbeleg gaan). Om stress op de vroege ochtend te voorkomen ga ik dus lekker douchen. Daarna kom ik de schade wel opnemen.
Wanneer ik ontspannen onder de douche sta hoor ik opgewonden geschreeuw van beneden komen. ‘Mama! Mama! Mama!’ roepen ze allebei door elkaar. ‘Ja?!’ schreeuw ik enigzins op mijn hoede terug. (Dat roepen gaat heel makkelijk, we hebben nog geen deuren in huis. Die staan in de garage klaar om geschilderd te worden.) ‘Mama! Mama! Mama!’ blijven ze roepen. Blijkbaar kom ik niet over hun volume heen. Ik schaal op. ‘JAAAH?!!! WAT IS ER?’ … ‘We hebben zelf de tafel afgeruimd! Onze borden staan op het aanrecht! En het mandje in de kast! En we hebben zelfs een doekje over de tafel gehaald!’ roept Meike enthousiast.
Nog steeds enigzins op mijn hoede kom ik gedouched weer beneden. Ik zie netjes twee bordjes op het aanrecht staan. En wanneer ik doorloop naar de eettafel is daar geen kruimel of appelstroop meer te zien. Zelfs de peper en zout molentjes zijn netjes gerangschikt in het midden van de tafel.
Ik krijg een appje van mijn zusje. Iets over het beschaamd onderschatten van de puzzelkwaliteiten van haar zoontje. Een herkenbaar fenomeen. We moeten het zelflerend vermogen van onze kinderen nooit onderschatten.
