Meike haalt haar bestuurbare auto uit elkaar. Uit Jacob’s garage zijn wat schroevendraaiers en tangetjes gehaald. Op een groot krijtbord wordt het nieuwe onderwerp nauwkeurig geschetst. Een robot. Met camera’s in de ogen. ‘Hoe dan?’ denk ik. Maar Meike gaat enthousiast aan de slag. Alle schroeven moeten los.
Ze vindt school tegenwoordig maar stom en saai. Al dat werken. En altijd hetzelfde. Ik zie hier een mogelijkheid om het nut van dat saaie schoolwerk uit te leggen.
‘Kijk, als je dat leuk vindt, robots maken, dan kun je robotica gaan studeren. Dan word je een robot bouwer. En daarvoor moet je goed kunnen rekenen. Daarom leer je nu ook rekenen op school,’ vertel ik. Simpel.
‘Dat is toch helemaal niet moeilijk mama, een robot bouwen. In mijn hoofd weet ik al helemaal hoe hij eruit ziet. Simpel.’
Ik zou soms heel graag even een kijkje in haar hoofd nemen. Ìk weet in mijn hoofd niet helemaal hoe zij eruit niet. Niet simpel.
