Gisteren besloten we naar het Rijksmuseum te gaan. Meike en Janne vonden het sáái. En ze waren móe. En hun benen deden het echt niet. Het werd een slepende exercitie.
Toch weet je nooit wat er blijft hangen van zo’n uitstapje. Eenmaal thuis gingen ze totaal niet meer moe en vol energie aan de slag met het gratis potlood dat ze meekregen. Ze waren in ieder geval geïnspireerd.
Meike observeert haar kunstwerk na een poosje eens van een afstandje. ‘Oh nee! Het is mislùkt!’ roept ze gefrustreerd. ‘Hoezo?’ vraag ik verbaasd. Ik zie een mooi berglandschap, met een klein houten hutje en een heleboel bloemetjes. Het lijkt me een heerlijke plek om te zijn.
‘Kijk! Hier! Dit bloemetje! Het is niet perfèct!’ zegt ze dramatisch. ‘Kunst hoort ook niet perfect te zijn’ zeg ik (ook tegen mezelf, denkend aan ‘tuin met vlinders’ van van Gogh). ‘Dan is het geen kunst meer, dan is het gewoon een plaatje.’
Dat lijkt te werken. Ze tekent weer verder. ‘Maar mama, kun je als het af is dan nog wel zeggen: “perfèct!” ?’
