Ik weet dat het goed bedoeld is. Toch voelt het als controle. Het gezondheidsonderzoek in groep 2. Doet jou kind het wel goed? Dus doe jij het wel goed, dat opvoeden?
‘Ga jij weleens naar de tandarts?’ vraagt de jeugdarts aan Meike. ‘Poets jij twee keer per dag je tanden? ’s Ochtends een keer en ’s avonds een keer?’ Op deze vragen antwoordt mijn dochter gelukkig netjes ‘ja’ (naar waarheid natuurlijk).
‘Vind je het leuk op school?’ is de volgende vraag. ‘Dat weet ik niet,’ zegt Meike na lang denken. Ik zie de arts vragend mijn kant op kijken. Ook Meike kijkt me met grote vragende ogen aan. Een veel te algemene vraag. Dat hangt natuurlijk af van een heleboel factoren. Is het gelukt om lekkere èn mooie kleren uit te zoeken ’s ochtends? Is er nog smeerworst in huis? Moet je sokken aan? Mag je op je eigen fiets naar school, of moet je in de bakfiets? Sta je in de saaie kralenhoek ingepland, of mag je in de boekenhoek beginnen? Krijg je lekker fruit mee naar school? Wordt er getrakteerd? En dan heb je nog een hele schooldag waar leuke en stomme dingen gebeuren. Hoe beantwoord je dan een vraag als ‘vind je het leuk op school?’ ‘Jahoor, ze gaat met plezier naar school,’ red ik ons alle drie uit deze vraag.
Meike is meer van de specifiekere vragen en begint aan haar tegenoffensief.
‘Mag ik ook wat vragen? Waarom begint die meetlat zo laag? Er bestaan toch helemaal geen mensen die zo klein zijn (30 cm)?’ vraagt ze. ‘Euh, ja, goeie vraag.’
‘Mag ik nog wat vragen?’ ‘Jahoor.’ ‘Waarom praat jij met zo’n hele hoge stem als ík iets vraag?’ vraagt ze. Ongemakkelijk moment. Rode blosjes.
‘Mag ik nog één ding vragen?’ vraagt Meike wanneer we bijna klaar zijn. ‘Wanneer ben jíj eigenlijk jarig?’ Ik zie opluchting verschijnen op het gezicht van de jeugdarts. Hier weet ze het antwoord op. ‘Volgende week!’ Maar of ze helemaal goed door Meike’s onderzoek is gekomen? Het was in ieder geval goed bedoeld.
