Ik ga in mijn eentje even een boodschap halen. Meike en Janne willen ook mee, maar ik wil zelf even snel heen en weer. En ze hebben hun piama nog aan. Ik zeg Jacob dat ik ga en dat hij even op let dat ze het hek niet uitlopen.
Wanneer ik terug naar huis fiets zie ik bij de boekhandel een bekend fietsje met zijwieltjes staan. Een tasje aan het stuur. Een bekend tasje ook. Dat heb ik zelf genaaid. Ik vertrouw het niet.
Wanneer ik mijn fiets op de standaard zet, rennen er twee heel bekende meisjes naar buiten. Jas aan. Laarzen aan. En nog in hun piama. ‘Kijk mama, we kopen een paardenboekje!’ roept Meike me enthousiast toe. Ik speur ondertussen naar Jacob. ‘En we hebben bij de bakker twee gebakjes gekocht!’ gaat ze enthousiast verder. ‘Maar waar is papa dan?’ vraag ik verbaasd. ‘Thuis,’ zeggen ze in koor. ‘Maar je mag niet zelf uit de tuin, dat had ik toch gezegd?’ zeg ik. ‘Ja, maar we hadden zelf geld! En we wilden laten zien dat we bestwel zelf boodschappen kunnen doen!’ legt Meike me uit.
In hun portemonneetje zat niet genoeg geld meer voor de paardenboekjes. En ik vraag me ondertussen ook af of ze van die paar muntjes waar ze altijd mee spelen wel twee gebakjes hebben kunnen betalen. Ik sleep ze mee naar huis. Onderweg check ik bij de bakker even of ze netjes hebben betaald. ‘Jahoor’. En ja, inderdaad, dit is weer diezelfde moeder met die kinderen die er vandoor gaan.
Onderweg naar huis speur ik de weg af of ik Jacob niet ergens zie zoeken. Die moet zich toch ook zorgen maken inmiddels. Bij thuiskomst zie ik hem rustig in een stoel zitten. ‘Ben jij niet twee dochters kwijt?’ vraag ik. ‘Euh, nee, ik dacht dat ze toch met jou mee waren gegaan,’ zegt hij ontspannen.
Ik heb direct een briefje met mijn telefoonnummer en ons adres in al hun jaszakken gestopt. En ze verteld dat het daar zit. ‘Maar wat dan als ik het weggooi of kwijt raak?’ vraagt Meike heel slim. Ik bid voor een zeer gemotiveerde en getalenteerde Beschermengel. Met bergen energie.
