Monsters bestaan niet. Dolly ook niet meer.

‘Als ik een monster zou zijn, dan zou ik het monster van Dolly de Duif pakken!’ vertelt Janne me vanmorgen. Ze denkt even na hoe ze deze wens praktisch kan maken. ‘Als ik jalig ben… mag ik dan een monstevekleedpak? vraagt ze dan.

En voor ik kan vertellen dat monsters niet bestaan, wordt dat gegeven ook direct even aan de kant gezet. ‘Monsters staan niet ècht, maar hij komen wel van de bomen uit. Monsters hebben ’t altijd hommerig. Als hij bij ons wil lunchen, dan mag hij bij ons lunchen. Monsters hebben wel vieze poten. Die moeten we dan schoonmaken.’

Monsters bestaan niet. Dolly de Duif ook niet meer. Leg dat maar eens uit aan een peuter.

Monsters bestaan niet. Dolly ook niet meer.
Monsters bestaan niet. Dolly ook niet meer.

Plaats een reactie