Meike’s beste vriendinnetje op school is jarig. Onze voorschoolseochtend verliep daardoor ongekend soepel. Het ontbijt ging er zonder zeuren in. Aankleden ging zonder één enkel piepje. Ik maakte zelfs een mooie vlecht. Zonder gevecht. Janne lag tegen Meike aan in de bakfiets, terwijl Meike een ochtendserenade voor Janne ten gehore bracht. Kon er elke dag maar een beste vriendinnetje jarig zijn.
Weer thuis kamt Janne de haren van Witte Haas. ‘Hij moet heel mooi worden mama,’ zegt ze. ‘Ja? Waarom? Is hij soms jarig vandaag?’ opper ik. Dat doet het tenslotte goed, die verjaardagsvibe. ‘Nee!’ roept ze. Ze kijkt me aan alsof ik gek ben. ‘Hij kàn niet jarig worden!’ ‘Oh, waarom niet?’ vraag ik. ‘Als hij jarig wordt kan hij geen kadootjes vasthouden toch!’ legt ze uit. Harig, maar niet jarig.
Jammer. Stel nou dat er elke dag een knuffel jarig kon zijn. Wat een leven zouden we dan hebben.
