We staan op het punt de deur uit de gaan naar school. Ik probeer alle jassen, tassen, sleutels, laarzen, sjaals, enz. bij elkaar te zoeken. Met een nog enigzins slaperig hoofd.
‘Mama, je ziet er zo anders uit zo…,’ zegt Meike nadenkend. ‘Een beetje blauwig zo bij je ogen… En dan vind ik je zo móói!’ zegt ze dromerig.
Een beetje te weining slaap doet me blijkbaar goed.
