Ik doe er altijd even over om ’s ochtends echt wakker te worden. Volgens mijn ouders was dat op de kleuterschool al zo, en dat is nooit veranderd.
Bij Meike en Janne is dat anders. Ze zijn vroeg wakker, en willen ook het liefst direct aan de gang. Omdat we nog steeds in ons Nigeriaanse schoolritme zitten (6 uur opstaan) hebben we ’s ochtends alle tijd. Ik voor een kopje koffie. Meike voor, bijvoorbeeld, een kadootjespakket voor meester Roderick. Een geplukte bloem uit de vaas. Een lieve brief dat ze zoveel van hem houdt. ‘En ik wil nog iets geven mama, mijn roze glitter labello?’ roept ze enthousiast. ‘Nou, dat is meer iets voor meisjes,’ zeg ik. Ze zoekt verder. Het wordt de paarse plakgum, waar ik zo’n hekel aan heb. Meester Roderick is blij verrast met zijn drie pakjes. Netjes ingepakt, met veel lintjes. Hij zal ze straks open maken.
Thuis gekomen zoek ik de nieuwe stiften bij elkaar om met Janne te gaan kleuren. Er missen een aantal. Nergens te vinden. Meike zal ze toch niet ingepakt hebben? Ze had wel dríe pakjes voor meester Roderick.
Met mijn zus, die op de koffie komt, bespreek ik dit opvoedkundige dilemma. Terugvragen? Of Meike leren dat als je iets weggeeft, het dan ook weg is. Verder hebben we nog diepzinnige gesprekken over opruimen, en chaos in je hoofd en in het huishouden.
Vlak voor ik Meike van school ga halen, met mijn speech aan meester Roderick al klaar, zie ik uit mijn ooghoek de stiften in een emmer water in de keuken liggen. Hoe ze daar nou weer komen? Iets met chaos. Erfelijk. Hebben ze dan wel weer van mij blijkbaar.
