Janne is tépátijtje* aan het spelen. Urenlang water uit een kannetje in kleine kopjes gieten. En héél veel plassen. Ze is goed doorgespoeld vandaag.
Natuurlijk moet er ook gegeten worden. En die korstjes aan die boterhammen, dat blijven rotdingen. ‘Als je je boterham helemaal op hebt, mag je weer nieuw water in je kannetje,’ zeg ik. ‘Ik heb mijn botelham al op,’ zegt ze terwijl ze met ondeugende glimoogjes iets achter haar rug verstopt. ‘Wat heb je daar achter je rug?’ vraag ik. ‘Geen botelham,’ is het antwoord.
Na even aandringen komt er een vies vaatdoekje achter haar rug vandaan. Een vies vaatdoekje met een lekker korstje erin verstopt. Ze kiest eieren voor haar geld. Een korstje voor een kannetje water. Mijn opvoeding weer gered vandaag.

*Het kostte mij ook even moeite. Maar ik heb het weten te ontcijferen. Ze had een heus ‘theepartijtje’. Retro, vast weer heel hip tegenwoordig.