Meike snuffelt boven rond. Het huis is nog niet helemaal georganiseerd, dus er valt ook nog lekker wat rond te snuffelen. Ze komt beneden met een heel oud kettinghorloge. ‘Deze heb ik nog nooit gezien, waar is die van?’ ‘Daar mag je niet aankomen,’ zeg ik. ‘Mag ik die hebben? Er was ook nog één met een hartje,’ vraagt ze toch nog. ‘Nee, die is van mijn oma geweest. Die heb ik gekregen toen mijn oma dood ging,’ zeg ik. ‘Als ìk dood ga, dan worden ze van jou en Janne,’ leg ik uit. ‘Oh mag ik dan ook jou telefoon als je doodgaat?’ vraagt ze enthousiast. ‘Euh, ja, dat mag wel hoor,’ zeg ik. Wat heb ik dan tenslotte nog aan een telefoon. Meike ziet het nu helemaal zitten. ‘Jaaah! Als mama dood is Janne, krijgen we sieraden. En ook een telefoon!’
