Ik lig nog in bed. Meike hangt wat naast me in bed. Janne is nergens te bekennen. Ook niet te horen. Dat betekent meestal niet veel goeds. Ik roep haar een paar keer, maar krijg geen antwoord. Ik hoor ook steeds een irritant piepje. Opeens weet ik waar dat piepje vandaan komt. De koelkast die te lang open staat. Ik sleep mezelf naar de keuken om te kijken wat Janne daar uitspookt. ‘Wat ben je aan het doen Janne?’ vraag ik slaperig. ‘Niks mama. Ik heb hómmer,’ zegt ze met een heel schuldig gezicht. Haar armen achter haar rug. Ze verbergt iets voor me. Ik doe mijn best om te zien wat ze daar voor me verstopt.
Janne jat geen koekjes, snoepjes, chocola of pepernoten als ze honger heeft. Nee, ze jat een komkommer uit de koelkast. De ideale dochter. Daar kom ik de volgende keer mijn bed niet meer voor uit.
