‘Ik wil oma. Die zorgt zo goed voor ons. En die kan zo goed op ons passen. Dan gaat ze lekker met ons spelen,’ zegt Meike, terwijl ze verlangend uit het raam staart. We zitten in de auto naar school.
‘Ga jij dan weg?’ vraagt Janne aan mij. ‘Nou, dat kan. Als we straks weer in Nederland zijn. Dan kan oma vast wel een dagje op jullie passen,’ zeg ik. Ik hoop nog stiekem dat er in ieder geval één van de twee toch liever mama heeft. ‘Ja! Jullie gaan naal het boshuis en opa en oma gaan dan op ons pàsse,’ roept Janne nu ook enthousiast. ‘En ik ga dan met opa spele!’
Duidelijk. Tijd voor kerstvakantie. Opa’s en oma: jullie hebben nog vijfentwintig nachtjes om je voor te bereiden.
