Ik sta wat naaiwerk te strijken in de strijk-, was-, logeerkamer. Janne springt ondertussen op het logeerbed. ‘Ik wil ook een mama zijn!’ roept ze enthousiast. Ik kan dit enthousiasme voor mijn functie niet helemaal plaatsen in deze situatie. ‘Waarom? Wil je ook strijken? Of een groot bed? Of naaien? Of de was doen?’ vraag ik. Geen antwoord. ‘Ik wil ook een mama zijn!’ herhaalt ze telkens weer. ‘Maar waaróm wil je dan een mama zijn?’ vraag ik inmiddels met wat minder geduld. Ze begrijpt dat er nu toch een goed argument moet komen.
‘Because.’
