Kapot

In Lagos wordt veel gebedeld langs de weg. Elke plek heeft ook zijn eigen soort bedelaars. Zo heb je het stoplicht waar de mensen zonder benen bedelen. Of de groente- en fruitstal waar de doven staan. Of het stoplicht met de blinden, vaak begeleid door kinderen. De grote verschillen tussen arm en rijk worden dan heel zichtbaar. En komen ook heel confronterend dichtbij. Dat went nog steeds niet. Gelukkig.

We hebben in de auto daarom altijd zakjes poedermelk liggen van Jacobs werk. Dat weten Meike en Janne ook. Die zijn voor de mensen die honger hebben. Het is een klein gebaar, en het is discutabel of dit op de lange termijn juist niet een systeem in stand houdt waar eigenlijk een andere oplossing voor nodig is. Maar voor Meike en Janne vinden we het goed dat ze leren delen. Als je genoeg hebt, dan deel je dat met degenen die minder hebben.

Vanmiddag in de auto zit Meike met de zakjes melk te spelen. Er staat een bedelaar naast de auto. Hij heeft één kleine slappe arm, en ook zijn gezicht ziet er vreemd uit. Hij mist een oog. ‘Nu kun je wat geven Meike,’ zegt Jacob. ‘Dat oog! Hoe komt dat?!’ roept Meike met enige afschuw uit nadat ze de meneer twee zakjes melkpoeder heeft gegeven. Janne is wat minder snel van haar stuk gebracht. ‘Kapot,’ zegt ze simpel. Janne woont inmiddels ook al bijna haar halve leven in Lagos.

Kapot
Kapot

Plaats een reactie