‘Mama, kunnen we morgen een aftelkalender maken?’ vraagt Meike. ‘Jahoor,’ zeg ik enthousiast. Ik houd van aftelkalenders maken. ‘Waarvoor?’ vraag ik nieuwsgierig. ‘Sinterklaas,’ is het antwoord. Ach, het is in ieder geval minder aftellen dan tot haar verjaardag in juni.
Even later komt ze aanlopen met twee rode sokken. ‘Mama, wat zijn deze?’ ‘Euh, rode sokken?’ zeg ik vertwijfeld. Ik word in verwarring gebracht door deze simpele vraag. ‘Misschien kunnen we ze met kerst aan,’ zegt ze nadenkend. ‘De kerstman houdt van rood.’
Ik geloof dat Meike een maandje vooruit loopt.

Een gedachte over “Een maandje vooruit”