Als een dier

Buiten regent en waait het flink. Ik sta met Janne uit het raam te kijken. ‘Mama, ik wil naar buiten,’ zegt Janne. ‘Nee joh, dan waaien we weg!’ zeg ik. Ik heb een beetje overdreven. Dat vindt Janne ook. ‘Tuurlijk niet,’ zegt ze, ‘als ik vlieg, dan waaien wij niet weg! Kijk zo, als een vogel. Vogels waaien ook niet weg.’ Ze wappert wild met haar armen.

Even later proberen we opa Oehoe te bellen. Hij neemt niet op. ‘Misschien is opa even wandelen,’ opper ik. ‘Ja,’ zegt Janne, ‘met zijn hondje.’ ‘Nee, opa heeft geen hondje meer,’ zeg ik, ‘die is doodgegaan. Het blijft even stil. ‘Ik kluip altijd in opa’s huis,’ zegt ze dan. ‘Kluip? Oh kruip bedoel je.’ ‘Ja, dan heeft opa toch een hondje,’ legt ze uit.

Een probleem in het vizier? Gedraag je als een dier.

Als een vogel

Plaats een reactie