‘Mama, ben je een konijn?’ vraagt Meike. ‘Euh, nee?’ antwoord ik enigzins verrast. ‘Waaróm niet?’ vraagt ze. ‘Ben je soms bang voor konijnen?’ Ik raak een beetje in de war en vraag me af of ik haar eerste vraag wel goed heb verstaan. ‘Euh, vroeg je ‘wíl ik een konijn’ of ‘bén ik een konijn?’ vraag ik. ‘Bén je een konijn!’ is haar reactie. Ik had het goed verstaan. ‘Nee,’ antwoord ik. ‘Waarom niet?’ vraagt ze. Waarom ben ik geen konijn? Op zulke existentiële vragen heb ik ook niet direct een antwoord.
