Meike had een enge droom vannacht. Over bijen die haar wilden prikken. En daarna kon ze niet meer slapen. Ik was al ruim een uur heen en weer aan het lopen tussen mijn kamer en de kamer van Meike en Janne. In mijn bed was nog plek zat, maar dan zou Janne ook een plekje in mijn bed eisen. Uit ervaring weet ik dat Janne wél dat plekje opeist, maar er niét gaat slapen. Veel te gezellig. Dus ik kroop uiteindelijk maar bij Meike in bed. Wat krapjes, maar zo kon iedereen weer slapen. We sliepen zelfs uit. Tot half zeven.
‘Ik hou van huilen, want als ik huil zit er altijd nog een klein beetje geluk in mijn buik,’ zegt Meike wanneer ze ’s ochtends knus naast me wakker wordt in haar krappe eenpersoonsbedje.
