Oud en ziek

Ik ben in een boek van Hendrik Groen begonnen. Een tekening van een bejaarde Hendrik Groen staat op de cover. ‘Oma jij hebt toch ook grijs haar?’ zegt Meike. Ze kijkt even goed. Geen grijze haar te zien bij oma. ‘Jij krijgt ook grijs haar,’ besluit ze dan, ‘jij bent toch ook oud?’ ‘Ja,’ antwoordt oma eerlijk. De geverfde haren blijven nog even geheim.

‘Mama, als jíj superoud bent, en ik nog besta, krijg ik dan al jou spullen?’ vraagt Meike. ‘Ja, dat denk ik wel,’ antwoord ik, ietwat verrast door deze vraag. ‘Je moet het dan wel met Janne delen,’ zeg ik er nog snel achteraan. Daar moeten geen misverstanden over ontstaan.

Tot die tijd zal ik gewoon nog mijn moedertaak vervullen. Daar doe ik mijn uiterste best voor. Ook al wordt dat niet altijd gezien. ‘Mama, waarom zorg je niet goed voor ons?’ vraagt Meike verontwaardigd. Ik heb binnen twee minuten een mandje knijpers op Janne’s tenen laten vallen en ook Meike op de één of andere manier bezeerd. ‘Ik zorg wel goed voor jullie. Ik ben soms alleen een beetje onhandig,’ probeer ik mijn schuldgevoel nog goed te praten. ‘Díe ziekte heb je dus!’ roept Meike uit. Niet levensbedreigend verwacht ik. Dat wordt nog even wachten op mijn spullen.

dav
Oud en ziek

Plaats een reactie