Meike had haar appel vandaag niet opgegeten op school. Dus geen ijs als toetje, maar iets met die bruin geworden stukjes appel. Appelcrumble werd het. Lekker makkelijk en snel klaar. Helaas niet zo snel op kindvriendelijke eet-temperatuur. De bakjes gingen nog even in de koelkast. En nog even in de vriezer. En toen ze op de juiste temperatuur waren, zat Jacob inmiddels klaar voor het bedritueel. Dus het werd het verhaal van de ‘ark van Noach’ met appelcrumble. Het was nog nooit zo rustig en stil tijdens het voorlezen. Janne krijgt haar bakje niet helemaal leeg. ‘Als je genoeg hebt mag je de rest aan papa geven hoor,’ zeg ik. ‘Nee! Geef aan mij!’ schreeuwt Meike, die haar bakje al leeg heeft. ‘Nee, jij hebt al een bakje gehad, papa heeft nog niets gehad,’ zeg ik tegen Meike. Meike lijkt even teleurgesteld, maar al snel zie ik haar ogen oplichten. ‘Nee mama, ik deelde mijne. Met een monster. Mijn onzichtbare monstervriendje,’ zegt ze met hernieuwde hoop op nog een beetje. Ik vond het al verdacht. Dat bakje appelcrumble was met een monsterlijke snelheid leeggegeten, in vergelijking met haar avondeten.
