Eindelijk was het weer goed genoeg om naar de tafelberg te gaan. De kabelbaan die je naar de top brengt was afgelopen dagen gesloten. Te bewolkt. Te koud. Te veel wind. Vandaag was het weer goed. Online konden we zien dat er ’s middags maar een rij van tien minuten stond. Perfect. We waren inderdaad zo boven. Een adembenemend uitzicht. En ook Meike en Janne hielden we goed in het zicht. Die wilden graag klimmen.
Helaas stond er voor de kabelbaan naar beneden wel een enorme rij. Ik durfde niet na te denken over de wachttijd. Jacob wel. Hij vond dat we er maar ergens tussen moesten gaan staan. Ergens aan het begin. Met mijn grote rechtvaardigheidsgevoel sleepte ik ons netjes achter aan in de rij. Na een half uurtje hadden we geluk. Janne zag er nog nèt schattig genoeg uit. We mochten direct met de baby-rit mee naar beneden. Ik durfde toen ook na te denken over de wachttijd. Dat was toch zeker wel twee uur geweest. Met twee hongerige en vermoeide dametjes. Boven op een berg waar nu een fris windje begon te waaien. Een wonder bovenop een van de zeven natuurlijke wereldwonderen. Het was een wonderschone dag.
