Visie en bijna twee

Weer een saaie regen-zaterdag. Meike maakt er efficiënt gebruik van. Ze maakt kaarten. Heel veel kaarten. ‘Mama, ik heb heel veel kaarten gemaakt. Genoeg voor de rest van m’n léven!’ Ze worden veilig opgeborgen in de hut onder haar bed.

Meike denkt vooruit. Ze heeft visie. ‘Hoelang duurt het nog voor ik jarig ben?’ vraagt ze. ‘Nou, nog wel tweehonderd nachtjes, ofzo.’ ‘Kan je daar niet tot tellen?’ vraagt ze ter verduidelijking. ‘Nou, dat kan ík wel,’ antwoord ik. ‘Maar het duurt nog héél lang.’ Geen probleem. Meike heeft visie. ‘Dan moeten jullie een vlag kopen en op mijn bed hangen. Wat ga je voor mij kopen als ik jarig ben?’

Janne had een minder dagje. ‘Leuk nee!’ ‘Lekker nee!’ Huilen. Alleen de lijm, de schaar, en eten. Die kregen haar goedkeuring. Ze is natuurlijk ook bijna twee.

Ik probeer Meikes voorbeeld te volgen. Efficiënt. Met visie. Ik bak wat extra brood. Voorraadje voor in de vriezer. Nèt niet genoeg voor de rest van ons leven. Maar toch.

dav
Visie en bijna twee

Plaats een reactie