Ik had het al bijna opgegeven. Het avondeten. Nu zijn Meike en Janne vrij makkelijk tevreden. Er zijn hier gewoon aardappels te krijgen. En wortels. Of sperzieboontjes. Zelfs de blikjes makreel waar Meike dol op is.
Jacob is natuurlijk een ander verhaal. Die eet door de week vaak in de kantine op zijn werk. In het weekend probeer ik dan lekker te koken. Dat begint bij de ingredienten. De eerste uitdaging. Wat je de ene dag in de winkel nog kunt krijgen, is soms de volgende dag niet meer te vinden. Ik weet nu dat als ik iets zie wat ik ooit nog wel eens nodig zou kunnen hebben, ik dat beter direct mee kan nemen. En sommige dingen zijn zo duur dat je je afvraagt of het ethisch verantwoord is om dat voor die prijs te kopen. En te eten. Zo kocht ik pijnboompitten voor ongeveer twaalf euro. Véél te duur natuurlijk. Maar vanavond waren ze het waard. Ik maakte coucous salade. Met groenten, geitenkaas en pijnboompitten. En kippenpasteitjes. Volgens recept van een vriendin uit Nederland. Aangepast naar Nigeriaanse beschikbaarheid van ingredienten. Ik was voor het eerst een keer tevreden vanavond. Na een maand. Jacob ook. Ik geef het nog niet op.
